Public cloud biedt veel mogelijkheden om IT flexibel en schaalbaar in te richten. Toch is het niet automatisch de beste omgeving voor iedere applicatie of workload.
Soms zorgen technische afhankelijkheden, performance-eisen, compliance of het kostenmodel ervoor dat een andere inrichting beter past. In dit artikel bekijken we vijf herkenbare situaties waarin het verstandig is om verder te kijken dan alleen public cloud.
In dit artikel lees je
Public cloud is geen standaardbestemming voor iedere workload
De vraag is niet of public cloud goed of slecht is. De vraag is of de omgeving past bij wat een specifieke workload nodig heeft.
Een moderne webapplicatie met sterk wisselend gebruik stelt bijvoorbeeld andere eisen dan een oudere bedrijfsapplicatie die afhankelijk is van een specifieke serverconfiguratie. Ook beschikbaarheid, beveiliging, netwerkverbindingen en kosten kunnen per toepassing sterk verschillen.
Daarom begint een goede cloudkeuze niet bij het platform, maar bij de workload. Breng per applicatie in kaart wat nodig is op het gebied van capaciteit, afhankelijkheden, performance, beveiliging, continuïteit en beheer.
Zo voorkom je dat de keuze voor public cloud het uitgangspunt wordt terwijl de technische en organisatorische eisen pas later worden onderzocht.
1. Je applicatie is technisch niet geschikt voor een directe cloudmigratie
Veel organisaties hebben applicaties die al jaren meegaan. Ze functioneren goed, maar zijn ontwikkeld voor een traditionele serveromgeving. Een verhuizing naar public cloud is dan niet altijd een kwestie van de bestaande server één op één verplaatsen.
Denk aan applicaties die afhankelijk zijn van een specifieke versie van een besturingssysteem, lokale opslag, vaste netwerkconfiguraties, databases of koppelingen met andere systemen. Zulke afhankelijkheden kunnen een directe migratie ingewikkelder maken.
Breng daarom eerst de volledige omgeving rondom de applicatie in kaart. Kijk niet alleen naar de server waarop de software draait, maar ook naar databases, netwerkverkeer, authenticatie, koppelingen en andere systemen waarmee de applicatie communiceert.
Soms blijkt daarna dat aanpassing of modernisering logisch is. In andere situaties kan een private cloudomgeving beter aansluiten, bijvoorbeeld wanneer een applicatie een logisch gescheiden omgeving en specifieke capaciteit nodig heeft.
Praktijkinzicht
Een veelgemaakte fout is dat de bestemming al vaststaat voordat de applicaties zijn onderzocht. De opdracht wordt dan bijvoorbeeld: “we gaan naar de public cloud”. Vervolgens moet iedere workload binnen die keuze passen.
Draai die volgorde om. Breng eerst per workload de afhankelijkheden, capaciteit, performance, beveiliging, continuïteit en beheergrenzen in kaart. Kies daarna de omgeving die daar het beste bij aansluit. Dat geeft meer inzicht vooraf en voorkomt onnodige aanpassingen tijdens de migratie.
2. Je hebt specifieke eisen aan performance en latency
Niet iedere applicatie reageert hetzelfde op veranderingen in infrastructuur en netwerkverbindingen. Bij sommige workloads hebben kleine verschillen in latency, opslagprestaties of netwerkcapaciteit direct invloed op de gebruikerservaring.
Dat zie je bijvoorbeeld bij applicaties die veel gegevens verwerken, intensief communiceren met andere systemen of afhankelijk zijn van snelle opslag. Ook een applicatie die op zichzelf goed presteert, kan vertraging ervaren wanneer gekoppelde systemen op verschillende locaties draaien.
Kijk daarom vóór een migratie naar meetbare waarden zoals:
- CPU- en geheugengebruik;
- opslagcapaciteit;
- IOPS en throughput;
- netwerkverkeer;
- piekbelasting;
- responstijden voor gebruikers.
Deze gegevens vormen een bruikbare nulmeting. Na een migratie kun je vervolgens beoordelen of de nieuwe omgeving daadwerkelijk aan dezelfde of betere prestatie-eisen voldoet.
Voor workloads waarbij gecontroleerde performance en specifieke capaciteit gewenst zijn, kan een private cloudomgeving een passende optie zijn. CPU, geheugen, opslag en netwerk kunnen dan worden afgestemd op het gebruiksprofiel van de omgeving.
3. Je wilt meer controle over een bedrijfskritische omgeving
Public cloud is ontworpen om infrastructuur flexibel af te nemen en snel op of af te schalen. Voor veel toepassingen werkt dat goed. Toch kan een organisatie behoefte hebben aan meer controle over de manier waarop een specifieke omgeving wordt ingericht en beheerd.
Dat speelt bijvoorbeeld bij bedrijfskritische applicaties waarvoor je vooraf duidelijke afspraken wilt maken over capaciteit, netwerksegmentatie, toegang, beheer en continuïteit.
Een private cloud kan dan een alternatief zijn. Daarbij draait de workload in een logisch gescheiden omgeving met resources zoals compute, storage en netwerk die op de benodigde capaciteit kunnen worden afgestemd.
Ook de verdeling van het beheer verdient aandacht. Bij een IaaS-model kan je organisatie zelf verantwoordelijk blijven voor het besturingssysteem en de applicaties. Bij een managed private cloud kunnen aanvullende beheertaken worden ondergebracht bij GKS, zoals patching, monitoring, lifecyclebeheer en beheer op VM- en OS-niveau.
De technische keuze en de beheerkeuze horen daarom bij elkaar. Een passende infrastructuur lost weinig op wanneer achteraf onduidelijk blijft wie verantwoordelijk is voor updates, monitoring, incidenten en wijzigingen.
4. Compliance, datacontrole of governance stelt aanvullende eisen
Bij sommige workloads speelt niet alleen de techniek een rol. Ook interne richtlijnen, contractuele afspraken of compliance-eisen kunnen invloed hebben op de inrichting.
Je wilt dan bijvoorbeeld weten waar gegevens worden verwerkt, wie toegang heeft, hoe toegang wordt vastgelegd en welke maatregelen gelden voor herstel en continuïteit.
Dat betekent niet dat private cloud automatisch veiliger of beter compliant is dan public cloud. Beide omgevingen kunnen veilig worden ingericht. De vraag is welke inrichting aansluit op de eisen die voor jouw organisatie en workload gelden.
Breng daarom minimaal de volgende onderwerpen in kaart:
- welke gegevens de applicatie verwerkt;
- welke toegangsrollen nodig zijn;
- hoe netwerksegmentatie wordt ingericht;
- welke logging nodig is;
- welke compliance-eisen van toepassing zijn;
- welke afspraken gelden voor back-up en herstel;
- welke RPO en RTO nodig zijn;
- wie verantwoordelijk is voor ieder onderdeel van het beheer.
Door deze eisen vooraf concreet te maken, kun je verschillende cloudmodellen op dezelfde criteria beoordelen.
5. Je public-cloudkosten zijn moeilijk voorspelbaar
Het pay-as-you-go-model van public cloud is aantrekkelijk wanneer het gebruik sterk wisselt. Je kunt capaciteit toevoegen wanneer dat nodig is en weer verminderen wanneer de vraag afneemt.
Die flexibiliteit betekent alleen niet automatisch dat public cloud voor iedere workload goedkoper is.
Bij workloads die continu draaien en relatief voorspelbare capaciteit gebruiken, moet je breder kijken dan alleen de prijs van rekenkracht. Opslag, netwerkverkeer, back-up, beveiliging, licenties en beheer kunnen allemaal invloed hebben op de totale kosten.
Ook overcapaciteit speelt een rol. Een omgeving die ooit ruim is ingericht maar nooit opnieuw wordt beoordeeld, kan jarenlang meer resources gebruiken dan noodzakelijk.
Vergelijk daarom niet alleen maandprijzen. Kijk naar de totale kosten over een langere periode en neem daarin mee:
- compute en opslag;
- netwerkverkeer;
- licenties;
- back-up en herstel;
- beheer en monitoring;
- benodigde interne kennis;
- groei of afname van de capaciteit.
Een goede kostenvergelijking kijkt dus naar het gebruiksprofiel van de workload. Een omgeving met grote pieken vraagt om een andere afweging dan een applicatie die het hele jaar ongeveer dezelfde capaciteit gebruikt.
Public cloud of private cloud? Beoordeel het per workload
De keuze hoeft niet voor de volledige organisatie hetzelfde te zijn. De ene applicatie kan uitstekend passen in public cloud, terwijl een andere workload beter aansluit op private cloud of een bestaande omgeving.
In de praktijk kan daardoor een hybride IT-landschap ontstaan. Dat is niet automatisch een probleem, zolang de verschillende onderdelen bewust zijn gekozen en goed op elkaar aansluiten.
Gebruik bij iedere workload dezelfde vragen:
- Welke technische afhankelijkheden zijn er?
- Welke CPU-, geheugen- en opslagcapaciteit is nodig?
- Welke eisen gelden voor IOPS, latency en netwerkverkeer?
- Welke gegevens worden verwerkt?
- Welke beveiligings- en compliance-eisen gelden?
- Welke beschikbaarheid is nodig?
- Wat zijn de gewenste RPO en RTO?
- Wie beheert het besturingssysteem, de applicatie en de infrastructuur?
- Hoe voorspelbaar is het gebruik?
- Hoe ontwikkelen de kosten zich over meerdere jaren?
Met die informatie ontstaat een inhoudelijke vergelijking. Je kiest dan niet voor een cloudmodel omdat het de standaard lijkt, maar omdat het aantoonbaar past bij de workload.
Begin niet met migreren, maar met classificeren
Een cloudstrategie wordt overzichtelijker wanneer je eerst het applicatielandschap indeelt. Niet iedere applicatie hoeft dezelfde route te volgen.
Voor sommige workloads kan migratie naar public cloud logisch zijn. Andere applicaties passen beter in private cloud. Soms is SaaS een betere keuze, terwijl een bestaande applicatie in een andere situatie eerst gemoderniseerd moet worden.
Door die afweging per workload te maken, ontstaat een IT-landschap dat aansluit op de technische eisen én op de manier waarop je organisatie werkt.
Het doel is daarom niet om zoveel mogelijk naar public cloud te verplaatsen. Het doel is een omgeving waarin performance, beveiliging, continuïteit, beheer en kosten in balans zijn.
Cloudkeuze beoordelen
Welke omgeving past bij jouw workloads?
Twijfel je of public cloud, private cloud of een combinatie daarvan het beste aansluit? Breng dan eerst je huidige applicaties, afhankelijkheden, capaciteit en beheerwensen in kaart. GKS kan helpen om die uitgangssituatie te beoordelen en de mogelijke routes inzichtelijk te maken.
Veelgestelde vragen
Wanneer kies je voor private cloud in plaats van public cloud?
Private cloud kan passen wanneer je behoefte hebt aan een logisch gescheiden omgeving, maatwerk in resources, gecontroleerde performance of aanvullende datacontrole. Ook legacysoftware en bedrijfskritische applicaties kunnen aanleiding zijn om private cloud mee te nemen in de vergelijking.
Kunnen legacy-applicaties naar de public cloud?
Soms wel, maar niet altijd zonder aanpassingen. Onderzoek eerst het besturingssysteem, databases, netwerkverbindingen, opslag en koppelingen met andere systemen. Op basis daarvan kun je bepalen of directe migratie, modernisering of een andere infrastructuur beter past.
Is private cloud veiliger dan public cloud?
Niet automatisch. De veiligheid hangt af van de inrichting, toegangsbeveiliging, segmentatie, monitoring, patching, back-up en de verdeling van verantwoordelijkheden. Het cloudmodel alleen bepaalt dus niet hoe veilig een omgeving is.
Is public cloud altijd goedkoper dan private cloud?
Nee. De kosten hangen onder meer af van capaciteit, gebruiksduur, opslag, netwerkverkeer, licenties en beheer. Bij sterk wisselend gebruik kan de flexibiliteit van public cloud aantrekkelijk zijn. Bij stabiele workloads kan de financiële afweging anders uitvallen.
Wat is het verschil tussen public, private en hybride cloud?
Bij public cloud gebruik je infrastructuur en diensten van een publieke cloudprovider. Een private cloud biedt een logisch gescheiden omgeving die specifiek voor de organisatie of workload wordt ingericht. Bij een hybride aanpak worden verschillende omgevingen gecombineerd op basis van de eisen van de workloads.
Hoe bepaal je welke cloudomgeving bij een applicatie past?
Begin met de workload zelf. Breng technische afhankelijkheden, performance, beveiliging, compliance, continuïteit, beheer en kosten in kaart. Vergelijk daarna welke omgeving het beste aan die eisen voldoet. Zo wordt het cloudmodel de uitkomst van de analyse in plaats van het uitgangspunt.